Bespreking proefschrift Van Baardewijk op Follow the Money

Follow the money | Jelle van Baardewijk | 11 december | In een column op Follow the Money bespreekt Hans Schnitzler het proefschrift van Jelle van Baardewijk, The moral formation of business students. Schnitzler benadrukt de relevantie van het onderzoek. “Wie wil begrijpen waarom het morele kompas van onze financiële en bedrijfskundige elites zo vaak hapert of eenvoudigweg afwezig is, doet er goed aan kennis te nemen van dit promotieonderzoek.”

Het stuk, met de veelzeggende titel ‘Laat iedere student bedrijfskunde een maatschappelijke stage doen’, is hier te vinden. Jelle van Baardewijk verdedigt zijn proefschrift op 20 december aan de VU.

Wie wil de bank nog redden?

In het Filosofisch Actueel en Maatschappelijk Gesprek bespreken studenten en staf van de master FCB een documentaire, film of artikel. In het kader van dit college schrijven de studenten een filosofisch essay. In dit stuk mengt student Paul Bosman zich in het debat over de financiële crisis, naar aanleiding van het Filosofisch Gesprek op de Zuidas. Hij reageert op de bijdrage van Arnoud Boot, professor Corporate Finance en Financiële Markten, die te gast is bij het Filosofisch Gesprek op de Zuidas, en een grondige herstructurering van het bancaire stelsel voorstelt. 

Op de Zuidas in Amsterdam is deze maand een ‘Monument voor de omgevallen banken’ onthuld. Dit monument moet de herinnering aan de financiële crisis van 2008 levend houden. De val van de financieel dienstverlener Lehman Brothers werd in september 2008 wereldnieuws. Nu zijn we tien jaar verder en vraagt eenieder zich af: kan dit weer gebeuren? De ene na de andere columnist en analist deed deze maand zijn zegje. De stelselmatig kritische columns in de Groene Amsterdammer van prof. dr. Ewald Engelen, banken die stellen dat ze wel degelijk hervormd hebben en documentaires over hoe het toch zo ver heeft kunnen komen passeerden de revue. Prof. dr. Arnoud Boot en het Sustainable Finance Lab hebben een vraag gesteld met de blik vooruit: hoe ziet de toekomst van het financiële bestel eruit? Bij het Filosofisch Gesprek op de Zuidas waagden we ons aan een voorzichtig antwoord op deze vraag.

In het artikel ‘Bancaire strategie in tijden van fintech’ (2018) stelt Boot dat de financiële sector onderhevig is aan stevige concurrentie van fintech-bedrijven. De informatietechnologische giganten uit Silicon Valley richten de pijlen op het financiële bestel. Deze bedrijven worden niet gehinderd door dezelfde mate van regulering als het traditionele bankwezen. De informatiestroom en het betalingsverkeer kan vrij door de virtuele ruimte stromen. Om concurrerend te blijven moet volgens Boot het bancaire stelsel nodig hervormd worden. Boot onderscheidt drie strategieën om de sector levensvatbaar te houden: 1. Voor een enkele bank is er een centrale positie mogelijk, een bank in het midden van een ecosysteem. 2. Banken kunnen een traditionele bancaire rol aannemen die voor fintech concurrenten moeilijker bereikbaar is, gebaseerd op vertrouwensrelaties. 3. Banken gaan hervormen tot efficiënte digitale banken die een basaal financieel dienstenpakket aanbieden. Boot noemt dit een ‘aardverschuiving’ voor het bancaire stelsel. De overlevingsdrift van banken is desondanks groot. In een interview bij Buitenhof van 26 augustus schetst Boot enkele van deze hervormingen. Na de crisis zijn de banken stevig gereguleerd, maar volgens Boot moeten de banken wél meer ruimte krijgen om te concurreren. Ze mogen geen risico’s nemen, omdat we zorgen hebben over de zekerheid van ons publieke geld. Boot stelt voor de bank te splitsen in twee activiteiten: de ondernemende en de publieke activiteit. De concurrenten uit de informatietechnologische sector hebben geen last van dezelfde mate van regulering die komt kijken bij publieke activiteiten. Opmerkelijk is dat Boot aangeeft dat de maatschappelijke elite verschuift van de traditionele bancaire sector naar deze ‘nieuwe wereld’. Het oude logge bankwezen zit vast in regulering, maar de elite verschuift naar de nieuwe actoren waar die regulering zijn intrede nog niet heeft gedaan. De waarschuwingen van Boot zijn tweeledig. Allereerst moeten banken zich kunnen aanpassen aan het vernieuwde speelveld. Ten tweede zit er publieke activiteit in de financiële sector. Dat betalingsverkeer en spaargeld zullen we nationaal en Europees moeten verankeren.

De fintech-bedrijven die het bankwezen bedreigen kunnen we duiden als creatieve destructie of disruptieve innovatie. De vernieuwing ondermijnt de bestaande instituties. De vraag die rijst is dan: welke instituties zijn het redden waard? Boot geeft aan dat hij zeker geen tegenstander is van deze nieuwe spelers. Hij wijst juist op de mogelijkheid voor het bancaire stelsel om zich in de richting van deze nieuwe spelers te bewegen. Zijn oproep om de ondernemende en publieke activiteiten van de banken te segregeren lijkt mij dan een redelijke gedachte. Door wie en hoe de publieke activiteiten dan worden gewaarborgd is een volgende vraag.

Noemenswaardig is dat Boot zich in meerdere interviews heeft uitgelaten over de maatschappelijke elite. Waar zit de macht? Zoals aangegeven heeft deze elite zich meer gericht op de opkomst van de informatietechnologie. Tegelijkertijd is er geopolitiek vast te stellen dat er openlijk getwijfeld wordt aan de geglobaliseerde wereld. We kunnen Boots pleidooi voor het scheiden van de publieke en private functie van de banken dan ook duiden als glokalisering. We nemen geen afscheid van de internationale space of flows waarin kapitaal- en informatiestromen vrij door de ruimte flitsen. We gaan ons wel afvragen of onze publieke middelen daar deel van moeten uitmaken. Met andere woorden: we vragen hoe die space of flows verankerd moet zijn in de materiële wereld. De gedachte is dat we verankeren wat van publiek belang is, bijvoorbeeld door een nuts- of depositobank. Of, zoals Boot elders aangeeft, via een Central Bank Digital Currency: een door de overheid of centrale bank gelegitimeerde digitale valuta. Een ontwikkeling die bijvoorbeeld in Zweden al zichtbaar is.

Toch blijven er vragen. De opkomst van de informatietechnologie heeft in andere sectoren al laten zien dat consumenten gemak verkiezen boven oude vertrouwensrelaties. Zeker wanneer deze in de loop van de tijd zijn gereduceerd tot een icoontje in een applicatie. Als daarbij ook de maatschappelijke elite zich achter de nieuwe technologie schaart en verregaande regulering uitblijft rest de vraag: wie wil de bank nog redden? We moeten dan ook Boots waarschuwingen niet te licht opvatten, maar weloverwogen nadenken over welke activiteiten we wél aan internationale data- en kapitaalstromen willen overlaten en welke pertinent niet. Daarnaast moeten we ons afvragen hoe én wie deze space of flows gaat reguleren. Het is naïef om te denken dat de volgende crisis eenzelfde zal zijn. Zij zal zich eerder afspelen in, of als gevolg van, deze virtuele ruimte. Mijn vraag aan prof. dr. Boot is dan ook: hoe zorgen we ervoor dat, ondanks het techno-optimisme en gemak, de samenleving in de gelegenheid komt deze hervorming en deregulering te steunen? De waarschuwingen zijn inzichtelijk en legitiem. Desondanks is de beeldvorming over de bancaire sector in de samenleving niet bijster positief. Kan er van de samenleving worden verwacht dat zij tien jaar na de financiële crisis een hervorming en deregulering van het bancaire stelsel steunt; in plaats van te kiezen voor nieuwe gezichten in de markt en gemak.

Interview over ‘Het goede leven en de vrije markt’ in NRC

NRC | Jelle van Baardewijk, Govert Buijs, Ad Verbrugge | 21 november | In het NRC is een interview verschenen over het boek ‘Het goede leven en de vrije markt’. Het werk, dat vanaf 2020 als examenbundel voor het VWO zal dienen, is geschreven door Jelle van Baardewijk, Govert Buijs en Ad Verbrugge. ‘Het goede leven en de vrije markt’ is nu te koop.

In het gesprek met NRC geven de auteurs tekst en uitleg bij een aantal keuzes die zij gemaakt hebben bij het schrijven. “Het boek heeft een argumentatieve hoofdstructuur, daarin verschilt het van de standaard studieboeken, die vaak meer encyclopedisch zijn”, zo verklaart Van Baardewijk. Is een dergelijke toon wel gepast voor een examenbundel? Verbrugge:  “Wij wijzen de vrije markt niet af, maar we verklaren die ook niet heilig, zoals je in bepaalde liberale theorieën ziet. We blijven in het midden, omdat we voor de gedachte van het goede leven een weegmechanisme willen ontwikkelen. Ik denk dat zowel links als rechts zich hierin zou moeten kunnen vinden.”

Je kunt het gehele interview hier teruglezen.

Promotie Jelle van Baardewijk op 20 december

Vrij Universiteit | Jelle van Baardewijk | 19 november | Op donderdag 20 december zal Jelle van Baardewijk promoveren aan de Vrije Universiteit. Om 15:45 uur verdedigt hij zijn proefschrift ‘The Moral Formation of Business Students: A philosophical and Empirical Investigation of the Business Student Ethos’. In zijn promotiewerk onderzoekt Van Baardewijk de morele houding die studenten bedrijfskunde in Nederland tijdens hun studie ontwikkelen. Het werk is een combinatie van historische analyse, filosofie en empirisch onderzoek.

De bijeenkomst vindt plaats in de aula van de VU, De Boelelaan 1105, Amsterdam. Aansluitend aan de verdediging is er een receptie.

Eerder op de dag zal Lisa Herzog, onderdeel van de commissie van Van Baardewijk, een lezing verzorgen over ‘Recognition and economic structures’. Dit is in lijn met een paper dat recent van haar hand is verschenen. Hieronder het abstract van dat paper.

Abstract: The paper discusses the relation between recognition and economic structures, starting from Adam Smith’s recognition-based understanding of human self-interest, which was lost in later economic theories. It explores some strands of economic thinking that retain a connection to recognition theories, as well as Axel Honneth’s discussion of markets from the perspective of social freedom. It defends the claim that a return to the recognition-based roots of economic thinking holds enormous potential for thinking about reforms of our economic structures towards a more egalitarian and democratic economic system.

Vanaf maandag te koop: Het goede leven en de vrije markt

Lemniscaat | Govert Buijs, Ad Verbrugge, Jelle van Baardewijk | 9 november | ‘Het goede leven en de vrije markt’ van Govert Buijs, Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk ligt vanaf aanstaande maandag, 12 november, in de winkels. Deze bundel zal vanaf volgend jaar dienen als eindexamenbundel voor het VWO. In het werk bespreken Buijs, Verbrugge en Van Baardewijk de belangrijkste denkers uit de filosofische traditie, en gaan zij in op de vraag hoe we de relatie tussen de vrije markt en het goede leven kunnen begrijpen.

Voor meer informatie kun je terecht op de website van de uitgever. Het boek is hier alvast te reserveren.

Filosofisch Gesprek op de Zuidas met Arnoud Boot

Tien jaar geleden ontplofte de bom onder het mondiale financiële systeem. Banken bleken too big too fail en moesten door overheden wereldwijd gered worden. De bankrentes maakten een historische duikvlucht en economieën kwamen tot stilstand. Ook in andere instituties, zoals universiteiten en markautoriteiten, werd de boel flink opgeschud.

De crisis heeft er mede voor gezorgd dat economen tot op de dag van vandaag worstelen met fundamentele vragen over hun vakgebied. Financiële autoriteiten proberen na de crisis opnieuw grip te krijgen op de steeds groter wordende geldstromen die dagelijks door het financieel systeem razen.

Professor Corporate Finance en Financiële Markten (UvA) en voorzitter van de Bankraad van De Nederlandse Bank Arnoud Boot is te gast in De Nieuwe Poort in de reeks Filosofisch Gesprek op de Zuidas. Boot zal samen met de panelleden van Centrum Èthos  verkennen hoe ons financieel stelsel er vandaag de dag voorstaat. Wat hebben we geleerd van de crisis? Welke nieuwe gevaren doen zich voor aan de horizon? Wat is de rol van het financieel systeem in deze tijd? De middag zal worden gepresenteerd door Paul van Liempt.

Aanmelden kan via centrum.ethos@vu.nl.

27 september Filosofie op de Zuidas met Arnoud Boot

Centrum Èthos | 13 september | Op donderdag 27 september is Professor Corporate Finance en Financiële Markten (UvA) en voorzitter van de Bankraad van De Nederlandse Bank Arnoud Boot te gast in De Nieuwe Poort in de reeks Filosofisch Gesprek op de Zuidas. Boot zal samen met de panelleden van Centrum Èthos verkennen hoe ons financieel stelsel er vandaag de dag voorstaat. Wat hebben we geleerd van de crisis? Welke nieuwe gevaren doen zich voor aan de horizon? Wat is de rol van het financieel systeem in deze tijd? De middag zal worden gepresenteerd door Paul van Liemp.

Let op: de bijeenkomst zal een half uur eerder beginnen dan gebruikelijk, om 16:00 uur! Kijk hier voor meer informatie en om je aan te melden.

Financialisering en het faustische levensgevoel

De studenten van de master Filosofie van cultuur en bestuur komen regelmatig bijeen in het Spenglerlab. Hier mengen ze kunst, cultuur, bestuur, economie, politiek, klimaat en filosofie met De ondergang van het Avondland. Lees hoe zij met elkaar of met Spengler zelf in dialoog gaan.

In deze bijdrage interviewen Sebastiaan Crul en David van Overbeek Spengler. Over het denken in termen van geld en de financialisering van onze samenleving.

Welkom terug, heer Spengler. In het vorige interview zijn wij tot de slotsom gekomen dat de economie begrepen dient te worden vanuit de inbedding in een bepaalde cultuur. Daarbij zijn een aantal fenomenen en begrippen voorbijgekomen. We hebben het gehad over het oersymbool van de cultuur, het faustische gelddenken en de civilisatiefase van onze cultuur. U gaf aan dat als wij de economie daadwerkelijk willen begrijpen, we de samenhang van de economie met alle aspecten van een cultuur onder de loep dienen te nemen. 

Ja, ik probeer de samenhang van de economie met andere domeinen zoals de politiek, cultuur en religie te begrijpen. Daarnaast is voor mij de tijd cruciaal; elke cultuur kent een aantal fases waarin de economie zich op een andere wijze uit. Ik ben een historisch denker. De economie van onze faustische cultuur bevindt zich in de laatste fase van cultuur. Het is de periode waarin de wereldstad opkomt en er in de cultuur een vormenverlies optreedt. Deze civilisatiefase kent haar eigen dynamiek waarin gelddenken en kapitaal een dominante rol gaan spelen. Dit gebeurt in onze civilisatie, maar heeft tevens plaatsgevonden in de cultuur van de oudheid, de Chinezen of Arabieren. Echter, doordat elke cultuur haar eigen oersymbool heeft, is de wijze waarop het gelddenken en kapitaal dominant worden telkens verschillend.

Wat betekent het denken in termen van geld?

Geld is in de civilisatiefase een categorie van het denken geworden, net zoals men een wiskundig, technisch of juridisch denken kan onderscheiden. Het gelddenken opent de wereld op een bepaalde manier, maar dekt deze wereld op andere wijze toe. Het gelddenken is niet van alle tijden, maar verschijnt pas in de cultuurfase van de stedelijke economie. In een gestaag veranderend principe van de markt zien we dit duidelijk naar voren komen. In de beginfase van een cultuur is de markt een trefpunt van boerenbelangen, ze komen hier met hun goederen. Met die goederen zijn ze tevens vergroeid; een boer kan zich bijvoorbeeld verbonden voelen met zijn vee. In latere cultuurfases wordt de markt een trefpunt van waren. De stad begint dan het platteland steeds meer aan zich te onderwerpen. Het is hier waar het gelddenken komt opzetten en dat de algemene waarde van goederen gaat bepalen. Hiermee wordt tevens een reductie in werking gezet: het gelddenken bevoorrecht het denken in termen van kwantiteit boven het denken in termen van kwaliteit. De gemiddelde econoom ziet hier een positieve beweging in. Het uitdrukken van waarde in een geldbedrag is een basale vooronderstelling van een vrijemarkteconomie. Het gaat mij er niet om deze omslag te bekritiseren of te bejubelen, maar te laten zien wat er precies gebeurt in het gelddenken, daar waar de econoom vaak aan voorbij gaat. Zoals wij de vorige keer hebben besproken, is de handelaar als de bemiddelende stand dominant in deze beweging. Vandaag de dag zouden we dit financiële intermediairs noemen. Het zijn onder andere de pensioenfondsen, vermogensbeheerders, banken en durfinvesteerders. In de civilisatiefase wordt het gelddenken maatgevend voor alle domeinen van het leven. We kennen dit ook wel als de financialisering van de samenleving, waar de afgelopen jaren veel kritiek op is geleverd. Maar wil deze kritiek zinvol zijn, dan moet men wel begrijpen wat dit precies behelst.

Hoe zit dit precies, deze financialisering van de samenleving?

Sinds de overgang van een keynesiaans economisch model naar het neoliberale model heeft de financialisering in de westerse samenleving om zich heen gegrepen. In de kern is zij een manier van denken dat erop gericht is financiële winsten te behalen. Financiële winsten zijn hoofdzakelijk anders dan productionele winsten in de zin dat ze niet voortkomen uit het creëren van een overwaarde, maar juist dat ze waarde uit onderliggende activa onttrekken. Een voorbeeld hiervan is de financieel specialist die zich niet alleen bezighoudt met de passiva van bedrijven (door leningen te verstrekken), maar zich nu ook richt op de activa (door deze op een nieuwe manier te gelde te maken). Zo structureert hij de eigendommen van een bedrijf op een dergelijke manier dat het dagelijks gebruik hiervan en de winsten die uit dit gebruik voortvloeien twee aparte stromen worden. Dit noemen we securitisatie, en de financieel specialist zal uitleggen dat het wordt gebruikt om financiële risico’s van bedrijven uit te spreiden en om aan te verdienen. Wat hij niet vertelt is dat deze splitsing het financieel huishouden van het bedrijf nog complexer maakt, en daarmee een verdere vervreemding van het primaire bedrijfsproces in gang zet. Deze manier van denken vinden we echter niet alleen bij grote bedrijven en banken. Ze heeft zich geëmancipeerd. Denk maar aan bedrijven als Airbnb of Uber die ditzelfde gelddenken commercialiseert: de gewone man kijkt naar zijn huis of auto en ziet opeens mogelijkheden om aan deze bezittingen geld te verdienen op een manier die hij eerst niet voorhanden had.

Het gelddenken is in onze tijd breed geworteld en geen van ons in de civilisatiefase wezensvreemd. Tegelijkertijd wordt dit gekoppeld aan een nieuwe hoopvolle beweging die bedrijven als Airbnb en Uber bezigen. Waar ik in dezen graag op wijs, is dat achter zowel traditionele financiële instellingen als disruptieve start-ups dezelfde denkwijze schuilgaat: een reductie van kwaliteit tot kwantiteit. In een huis wonen betekent bijvoorbeeld in onze tijd iets heel anders dan voorheen. De relatie met ons huis kende een zekere levendige onuitputtelijkheid: de woning als geaard middelpunt van iemands bestaan, waar het voltrekkende leven ten volle geschiedt. Met het om zich heen grijpen van het gelddenken raakt de woning ontworteld, dreigt wonen gereduceerd tot een financiële strategie. De oorspronkelijke kwaliteit wordt ingeruild voor kwantiteit. Het is wederom de faustische denkwijze om al het oneindige te willen doorkruisen en beheersen.

Maar komt het gelddenken dan niet gewoon voort uit onze keuze voor een economisch model?

Er schuilen veel complexiteiten in het gelddenken. Als rekenend denken is zij het meest verwant met de wiskunde. Maar getallen doden, verstarren het levende en blikken terug, terwijl nog steeds een groot deel van de huidige economische wetenschap er heilig van overtuigd is dat zij met diens methodes vooruit kunnen blikken. We zien bijvoorbeeld dat het CBS een prognose van 2% economische groei voorspelt, de ECB verwacht dat de markt voor leningen zal aantrekken en de overheid een groei aan belastinginkomsten raamt. Voorspellen is onlosmakelijk verbonden met de praktijk van de economie. Maar we weten inmiddels dondersgoed hoe lastig voorspellen is, met name op macro-economisch niveau. De risicomodellen voorafgaand aan de crisis zaten er volledig naast. De wortels van het probleem zitten naar mijn mening al in het miskennen van de spanning tussen het worden en het gewordene. Het gaat niet zozeer om het inzien van de feilbaarheid van de modellen (dat kan iedere econoom ons bijbrengen), maar om de spanning tussen het leven en de wereld – die hier altijd doorheen speelt – zo goed mogelijk bloot te leggen. Het gelddenken van de economie herneemt een waargenomen wereld. De manier waarop zij hetgewordene herneemt, verschilt van cultuur tot cultuur. Wij hebben hetgewordene eerder al gekarakteriseerd als het dode en het starre, als een systeem van wetten en causale betrekkingen dat getalsmatig en wiskundig te definiëren valt. De mens moet zich echter altijd afvragen of het de werkelijkheid is die ons dwingt haar geheimen wiskundig te ontrafelen, of dat wij de werkelijkheid dwingen om zich wiskundig aan ons te uiten.

U gaf zonet aan dat het gelddenken per cultuur een verschillende uitwerking heeft. Wij hebben het de vorige keer gehad over het faustische geldbegrip. Hierbij dienen wij de waarde te begrijpen als een functie. Het blijft alleen voor ons lastig te bevatten wat dit precies behelst.

Misschien kan ik het geldbegrip verhelderen aan de hand van een korte introductie van de ruimtelijkheid van een cultuur. Ik bedoel echter niet de mathematische ruimte van de uitgebreidheid, maar de dieptebeleving van een bepaalde cultuur. Een belangrijk gegeven is dat elke cultuur de ruimte op een andere manier ervaart en daardoor deze op een andere wijze zal organiseren. Met een cultuur is altijd een bepaalde ruimtelijkheid gegeven. Het gaat hier dus niet om de vaststelling dat een cultuur zich in de ruimte bevindt, maar dat zij naar haar aard ruimtelijk is. Het faustische levensgevoel zorgt ervoor dat de ruimte op een bepaalde wijze wordt ervaren en dit speelt door in ons gelddenken en de economische organisatie. Denk aan wat ik zojuist de overeenkomst tussen traditionele banken en zogenaamde nieuwe disruptieve technologiebedrijven noemde. De existentiële ruimtelijkheid van het gelddenken verwijst altijd naar de verhouding tussen de ziel van een cultuur en de wereld. Het gaat om de ruimte die we altijd al bewonen voordat wij haar eventueel in haar mathematische karakter beschrijven. Ze is dus pre-mathematisch en ook zeker al pre-economisch.

Het zinnebeeld voor deze dieptebeleving is in de faustische cultuur het ‘ik in de oneindig lege ruimte’. Dit heb ik de vorige keer gedefinieerd als het oersymbool, dat zorgt voor een organisatie van de ruimte en het speelt in alle domeinen van het leven door, waaronder in de economie. De ruimte is bij ons een dynamische en beweeglijke ruimte. Daarnaast kent onze cultuur een ongekend streven naar het oneindige; wij willen de ruimte doorkruisen en beheersen. In de natuurwetenschap vormen kracht en massa hierbij de centrale ordeningsprincipes, in de economische wetenschap zijn dit geldstromen en vermogens. Zoals ik al aangaf, zien wij deze dieptebeleving in alle domeinen van het leven. De economische ruimte wordt begrepen als een krachtenveld van spanningen. Ons economisch bestel kent een planetair karakter waarbij kapitaalstromen de gehele wereld in een oogwenk doorkruisen. De moderne techniek spant een web van financiële spinsels om de gehele wereld. Bij de faustische cultuur wordt de economische ruimte zo ingedeeld dat een handeling van een individu tot in de verste uithoeken van de wereld kan reiken. Op deze manier wordt de werking van de wil van een individu gemaximaliseerd en krijgt onze ruimtelijkheid een planetair karakter. De hand van Mario Draghi draait aan de renteknoppen, Zuckerberg bepaalt het facebookbeleid, en Trump plaatst dikke duimpjes bij zijn twitterkreten.

Op welke wijze zien we dit dan terug in het faustische geldbegrip?

Vanuit mijn begrip van de dieptebeleving en het oersymbool van een cultuur krijgen we ook beter grip op het faustisch geldbegrip. Ik zal proberen het concreter te maken met twee voorbeelden. Eerst een voorbeeld uit de wiskundige wereld. Bij de Grieken werd een punt begrepen als de abstractie van een lichaam; de punt als abstractie van statische en bestendige lichamen. In onze cultuur is de ruimte juist een menigvuldigheid van punten die samen relaties onderhouden. Het is vanuit deze ruimtelijkheid dat Descartes zijn coördinatenstelsel met de x- en y-assen uitvond en de functie centraal kwam te staan binnen de wiskunde. De functie is dynamisch en staat een oneindig aantal variaties toe in diens variabelen. Deze ruimtelijkheid zien we ook terug in het gelddenken van de economie. Het geld zelf is een verzamelpunt van allerlei relaties in functionele betrekkingen. Als Elon Musk morgen met een goed idee komt hangt er overmorgen een prijskaartje van een miljardje of wat aan. Is het plan dan overmorgen gerealiseerd? Nee, maar de functionele betrekking die het idee inneemt aangaande relevante factoren maakt dat het idee veel geld waard is. Diens werkzaamheid en slagkracht zijn hierbij fundamenteel voor de bepaling van de waarde. Elon Musk staat bekend als een uitzonderlijk ondernemer. Bovendien staat hij garant voor het feit dat er makkelijk kapitaal wordt aangetrokken, trekt hij werktalent aan, onderhoudt hij goede betrekkingen met Silicon Valley en de overheid, en geniet hij bekendheid. Al deze relaties zijn relevant voor ons waardebegrip. Een idee van Elon Musk staat niet op zichzelf maar is iets waard vanwege de positie die het inneemt binnen dit veld van betrekkingen. Daarnaast zit er iets van een belofte in, een vooruitgrijpen op de toekomst, een manier om de oneindige ruimte te doorkruisen. Geld wordt ervaren als een kracht om een grote groep mensen in beweging te brengen. Dit is voor ons zo vanzelfsprekend dat wij niet meer zien welke ruimtelijkheid en oersymbool erachter schuilgaat.

De faustische zijnswijze verheldert zodoende ons begrip van globalisering. Globalisering van markten is een uitdrukking van deze diepe behoefte om de wil van het individu te maximaliseren, zowel in ruimte als in tijd. Financialisering en securitisering zijn hier uitdrukkingen van pur sang. Aan de ene kant kunnen kapitaalstromen globaal over de wereld trekken om overal waar het netwerk uitgestrekt is haar slagkracht uit te delen. Aan de andere kant zien we dat de vrije, onbepaalde toekomst gekoloniseerd wordt door machtige actoren die haar binnen de sjablonen van financiële relaties persen. Het is de uiting van het faustische levensgevoel dat boven alles het andere dáár en dán in het eigen hier en nu brengen.

 

Studenten FCB over Spengler en onze economie

Leesspengler.nl | 29 januari 2018 | De studenten Filosofie van Cultuur en Bestuur Sebastiaan Crul en David van Overbeek hebben voor de website leesspengler.nl Spengler “geïnterviewd”. Bij monde van de Duitse cultuurfilosoof stellen ze dat enkel vanuit een wijds perspectief, vanuit de cultuur in z’n geheel, we een goed begrip van onze economie kunnen krijgen. “Wij moeten de economie begrijpen vanuit het zich voltrekkende leven […] We kunnen het huidige financiële landschap en de ontwikkelingen van de afgelopen decennia beter begrijpen als uiting van de ingetreden civilisatiefase van onze cultuur.”

Dat leidt tot een verontrustende, doch uiterst actuele analyse. “Dat de economie de politiek domineert werd onlangs weer pijnlijk duidelijk bij de afschaffing van de dividendbelasting onder druk van het grootkapitaal.”

Lees het stuk ‘Economen hebben zicht, filosofen hebben inzicht’ hier terug.

Bijwonen 21 mei: Voor de Ommekeer over Franse verkiezingen en de toekomst van Europa

Voor de Ommekeer | Na twee eerdere succesvolle bijeenkomsten vindt op zondagmiddag 21 mei in het FreedomLab te Amsterdam de volgende bijeenkomst van Voor de Ommekeer plaats. Mede naar aanleiding van de Franse presidentsverkiezingen willen we met elkaar en onze gasten nadenken over Frankrijk en de toekomst van Europa.

Inmiddels lijkt 40% van de Franse bevolking ernstig te twijfelen over de Europese Unie én de euro. Bovendien groeien Noord – en Zuid Europa (financieel-)economisch gezien steeds verder uiteen, met alle politieke spanningen van dien. Ook Jeroen Dijsselbloem kan er inmiddels over meepraten. In het geval van Frankrijk steekt zelfs een oud vijandig sentiment jegens Duitsland de kop op.

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de toekomst van Frankrijk, Europa en de Europese Unie? Wat is er nodig om de sentimenten die leven onder grote delen van de bevolking in goede banen te leiden? Hoe dient Nederland zich in dit proces op te stellen? Moeten we ons meer op Duitsland richten of juist ook zorgen voor goede relaties met Frankrijk én Engeland, zeker na de Brexit.

De gasten met wie we deze thema’s willen verkennen zijn:
Kim Putters – directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en hoogleraar Beleid en sturing van de zorg aan de Erasmus Universiteit,
Anna Grebenchtchikova – Econometrist en Pension Fund Board Member,
Arend Jan Boekestijn – publicist, columnist bij Elsevier en historicus aan de Universiteit Utrecht. Met Rob de Wijk verzorgt hij wekelijks een radioprogramma over geopolitieke ontwikkelingen bij BNR.

Luister, denk en praat mee op zondagmiddag 21 mei in het FreedomLab te Amsterdam. Programma: 15.00 – 17.00uur, zaal open: 14.30 uur!

Wil jij ook aan de voorkant van het maatschappelijke debat staan over ‘de ommekeer’? Meld je dan aan voor dit evenement aan via event@voordeommekeer.nl. Max. 80 personen.